HOME OVER ONS CONTACT
 
 
 

     
           
Rondreis door Lapland

 
   
 

 

 Home

 

 

Een Zweedse Samevrouw vertelt


Elin Fjällström, geboren in 1926, vertelt over het Samedorp Glen in Jämtland:

“Ik wil niet opscheppen, maar ik was een zeer goede rendierhoedster. Niet iedereen heeft daar aanleg voor. Een goede rendierhoeder moet uit de natuur kunnen lezen waar de rendieren zijn, wat voor weer het zal worden en hoe dat de rendieren beïnvloedt. Een goede rendierhoeder moet al kunnen zeggen wat het voor weer is als hij uit bed komt gekropen. Zoiets moet je aanvoelen. Als ik ’s morgens wakker word en niet naar buiten kijk, kan ik zeggen of het zonnig of bewolkt is, rustig of winderig, sneeuwval of regen.
 
Ik ben samen geweest met kerels die konden zeggen welke mensen ze de volgende dag zouden ontmoeten. Ik was eens samen met een oude rendierhoeder en bewaakte de rendieren. Het was bij een goede weide en we waren het er over eens om de rendieren daar ook ‘s nachts te laten. Maar midden in de nacht stond de oude man opeens op en riep: “We moeten eruit! De rendieren zijn bezig weg te lopen!” En dat klopte. Een loslopende hond had de rendieren opgeschrikt.

Woningen
Hier in Glen verplaatsten de Lappen zich nog tot midden jaren ’30 met de slee. Er liep een goed pad naar beneden naar het dal van Ljungan, waar ze zich ’s winters ophielden. Vanaf het begin woonde men in tenten, zelfs in de winter, maar later trok men in bij boeren en mocht men in bakkershutjes en stalkamers wonen. Een aantal woonde ook in lege houten kooien. In de jaren ’40 bouwde de gemeente Tossåsen verschillende hutten voor rendierhoeders. Dat was je reinste luxe, vonden we.

Het was nogal ongemakkelijk als je een kind moest voeden. Zoiets mocht je helemaal niet doen als er mansvolk in de buurt was. Kinderen vereisen nogal wat verzorging en dat was niet makkelijk als je ’s winters in een tent woonde. Als de baby vast voedsel begon te eten, pleegde de moeder dat eerst te kauwen, voordat het in de mond van het kind werd gestopt. “Soeskedh” heet dat in het Samisch.

Maar kinderen stierven vroeger jong, sommigen stierven al voor ze begonnen te lopen. Mijn moeder had echter zeer weinig melk, misschien daarom dat verschillende van mijn broertjes en zusjes het niet overleefden. Een van hen stierf als baby en werd in de voorraadtent gelegd, in afwachting dat zij begraven kon worden. Het was koud en het kleine meisje bevroor. Er wordt verteld dat ik haar haalde en met haar speelde alsof het een porseleinen pop was. Zelf heb ik daar geen herinnering aan.

Tenten
Het leven in tenten was om dichter bij de rendieren te kunnen zijn. Een tent kon een even goede winterwoonplaats zijn als een bakkershutje of een houten kooi.
Huiden waren er genoeg voor de tent, bedekt met dennentakken en sneeuw, “Laanoe-gåetie”. Het was een tent van erg dikke stokken die met lagen dennentakken werd beladen. Daarna werd er sneeuw bovenop gelegd om tegen de kou te isoleren. Maar je kon binnen maar een klein vuur stoken, anders smolt de sneeuw en druppelde naar beneden.
De Samen in Glen hadden echte turfhutten bij Stortjärn, ten westen van Börtnan. De resten van deze hutten zijn er nog steeds.

Rendieren melken
Rond 1920 molken we de rendieren nog intensief. Een deel van de melk lieten we in de herfst- en lenteverblijven, een deel namen we in kleine houten vaten mee naar de winterwoonplaats. Uiterst zelden kochten we melk van boeren.
Ik deed dat eens als jong meisje en schaamde me verschrikkelijk over het vaatje dat ik bij me had om de melk in mee te nemen. Het was een schoongemaakte en gedroogde rendiermaag, maar de boerin zei: “Dát is een praktische en lichte melkkan.”

Regels
Zelfs in een tent waren er zekere orderegels die men niet mocht breken. Het was absoluut verboden om over de “buossjon”, de keukenafdeling achter in de tent, te klimmen. Speciaal gold dat voor vrouwen. Vrouwen mochten ook niet over de benen van een man. Dat werd voor zeer vulgair aangezien.
Gasten die in de tent kwamen, moesten altijd verder weg op de “låajtan”, takkenvloer, gaan zitten. Het werd voor onaardig gezien om gasten bij de deur te laten zitten.”

Bron: Den sista rajden van schrijver Olle Andersson




 
 
 

RONDREIS DOOR LAPLAND - COPYRIGHT 2000 - ALL RIGHTS RESERVED

Kiwis Graphics